Maurice Janssens (90) trekt dagelijks baantjes in Arenazwembad
28/01/'10
In het Arenazwembad in
Deurne kunnen ze er hun klok
op gelijk zetten; al dertig jaar
staat Maurice Janssens (90)
er stipt om 8.30u met zijn
zwemzak voor de deur.
“Als er niemand anders in het
zwembad is, het wateroppervlak
glimt als een spiegel en je bij elke
zwemslag het water moet doorklieven:
dat zijn de zaligste momenten”,
zegt Maurice Janssens. Zo’n
moment is het niet vandaag.
Vandaag hebben een heleboel
schoolkinderen zwemles in het
Arenabad. “Och”, zegt Maurice.
“Dan duik je kopje-onder en hoor je
ze niet meer.”
Kent u ook iemand die op hoge leeftijd ook nog steeds zeer actief is en elke ochtend zijn baantjes trekt, jaarlijks een marathon loopt, of nog heuse trektochten onderneemt? Laat het ons dan weten via gvaregiometropool@concentra.be.
Al dertig jaar trekt Maurice elke
ochtend trouw zijn baantjes. “Sinds
ik met pensioen ben”, zegt hij. “Toen
had ik opeens veel tijd, hé. Vroeger
zwom ik alleen maar op vakantie. Allez,
zwemmen. Het was meer plonserin-
en-eruit. Eerst ging ik één keer
per week naar het zwembad, dan
twee keer per week en op de duur
alle dagen. Vroeger had ik nog last
van het koude water. Maar daar voel
ik niks meer van.”
Ingenieur
Maurice is ingenieur geweest bij
Bell. In 1969 en 1970 hielp hij zelfs
satellieten lanceren in Californië.
Wiskunde en ingewikkelde rekenraadsels
zijn nog steeds zijn ding.
“Tijdens het zwemmen kan ik op
zo’n raadsel blijven piekeren”, lacht
hij. “En soms, als ik klaar ben en uit
het water kom, schiet de oplossing
mij te binnen.”
Vroeger zwom Maurice makkelijk
1.500 meter per dag. “Nu nog 300
meter”, zegt hij. “Rustig op het gemakje,
we houden geen competitie.
Het moet plezant blijven.”
Want in de loop van de jaren verzamelde Maurice al een heel clubje
zwemmaten om zich heen. Die zijn
allemaal een flink stuk jonger, maar
daarom belange niet fitter.
Neem nu zijn zwemmakker Jan
Janssens (75). “Ik zwem maar een
paar honderd meter”, zegt hij. “Maar
vandaag kom ik alleen maar naar de
cafetaria om een tas koffie te drinken
met Maurice. Want ik heb iets aan
mijn voet.”
Maurice wil blijven zwemmen
zolang het kan. De zwembroeken
die hij versleten heeft, kan hij niet
meer tellen. “Maar ik neem altijd
een reserve-exemplaar mee”, zegt
hij. “Je weet maar nooit of de elastiek
springt.”
Bénédicte Van Paeschen
Wilfried Defillet