Kwaliteitslabel voor prostituées
19/12/'06
De Koning Boudewijnstichting (KBS) wil een kwaliteitslabel voor prostituees om de niet-uitgebuite hoer die op vrijwillige basis werkt, te onderscheiden van een slachtoffer van mensenhandel en seksuele uitbuiting.
De Gentse professor Gert Vermeulen schrijft dat voorstel neer in een rapport over de nieuwe wet op de mensenhandel in opdracht van de KBS.
Door een kwaliteitslabel voor prostituees (een ISO-69-norm) kan de overheid haar positie verbeteren, het gevaar op uitbuiting verminderen en de mensenhandel in de seksuele sector beter in kaart brengen. Vermeulen wil op termijn een arbeidscontract wil op termijn een arbeidscontract voor prostituees met duidelijke minimumlonen, het recht om klanten te weigeren, een regeling voor de huurprijzen van de ramen en vaste hygiënische regels.
Nederland heeft al iets soortgelijks gedaan en hief het bordeelverbod op. Met weinig succes. Waarom?
Vermeulen ziet drie redenen: ”1. De wet geldt alleen voor prostituees van de Europese Unie, niet voor die uit derde landen. En dat is natuurlijk een heel grote groep. 2. Bovendien legaliseerde Nederland de bordelen wel, maar wie buiten de lijntjes kleurde, werd niet aangepakt, zij werd nog altijd gedoogd. Als je de markt van de prostitutie wil scheiden in een legale en een illegale, moet je die laatste wel aanpakken, anders loopt het mis. 3. Ten slotte wilde een aantal gemeenten om morele redenen geen vergunningen voor bordelen afleveren, terwijl dat nochtans hun taak was. Ze wijzigden bijvoorbeeld het bestemmingsplan zodat bepaalde huizen niet voor legale prostitutie konden worden benut. Zo werd de wet ontweken.
Als we in België een kwaliteitslabel willen, dan moeten we die valkuilen vermijden.”